3 vragen aan … Johan Bruneel

Wie zijn de mensen die dagelijks actief zijn binnen de zorgeconomie? We proberen ze een gezicht te geven door hen even aan het woord te laten. Deze keer is dat professor Johan Bruneel, docent aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KULAK.

Wie is Prof. dr. Johan Bruneel?

Ik heb industriële wetenschappen gestudeerd en dan een bijkomende opleiding bedrijfseconomie gedaan. Mijn interesse voor innovatie en ondernemerschap werd aangewakkerd tijdens mijn eerste werkervaring aan de Vlerick Management School, in het team van professor Bart Clarysse. Daar heb ik de gelegenheid gekregen om diverse beleidsgerichte studies te doen rond de uitdagingen waarmee innovatieve startups in Vlaanderen worden geconfronteerd. Om dit verder in detail te onderzoeken, ben ik vervolgens een doctoraat gestart aan de Universiteit Gent. Sinds begin 2014 ben ik docent aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven Campus Kortrijk.

Wat is uw rol binnen de KULAK?

Ik geef twee cursussen in de derde bachelor Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW). De ene cursus focust op de verschillende bouwblokken in het opstellen van een business case voor een nieuw product- of dienstidee. De andere cursus heeft regionale innovatiesystemen als thema en gaat in op de rol van diverse stakeholders zoals overheden. Daarnaast volg ik ook het bachelor-ervaringstraject op, waarbij TEW-studenten eerst stage lopen in een organisatie en vervolgens een project voor deze organisatie uitvoeren.

Mijn vakgebied is Innovatie en Ondernemerschap waarbij ik me vooral focus op groeistrategieën van innovatieve start-ups en het proces van waardecreatie bij sociale ondernemingen. De eerste onderzoekslijn is een vervolg van het werk dat ik gestart ben in 2006 tijdens mijn doctoraat.Sinds enkele jaren bestudeer ik me ook sociale ondernemingen. Dit is een interessante context om onderzoek te doen, omdat dit bedrijven zijn die zowel economische als sociale waarde willen creëren. Het doel van het onderzoek is om nieuw inzicht te verwerven in hoe deze bedrijven omgaan met de spanning die ontstaat tussen economische en sociale doelstellingen.

Recent hebben we dit onderzoek uitgebreid naar het niveau van partnerschappen tussen for-profit en social profit organisaties, in het kader van een Interreg-project met de POM als lead partner. Een belangrijk element in dit project is na te gaan hoe dergelijke partnerschappen een “geïntegreerd business model” ontwikkelen. Geïntegreerde business modellen omvatten economische én sociale waardecreatie voor beide partners betrokken in het partnerschap.

Johan Bruneel

Prof. dr. Johan Bruneel

Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen binnen de zorgeconomie in de komende 10 jaar?

Vanuit mijn economische achtergrond richt ik me op sociaal ondernemerschap en dan hoor ik vaak dat zorginstellingen onder druk komen te staan door de wijzigende financiering vanuit de overheid en de steeds strengere eisen qua dienstverlening die door diezelfde overheid worden gesteld. Ik krijg de indruk dat sommige zorgorganisaties riskeren in een financiële spreidstand te komen die ze op termijn niet kunnen aanhouden.

Om het plaatje financieel rond te krijgen, gaan zorginstellingen heel vaak op zoek naar de meest kostenefficiënte manier om kwalitatieve zorg te verlenen, wat hun kernopdracht is, en dat is zeer goed. Maar ik vind dat zorginstellingen te weinig kijken – of durven kijken – naar manieren om meer en vooral nieuwe inkomsten te genereren uit de veelheid van activiteiten die ze ontwikkelen. Deze inkomsten zouden de zorginstellingen meer financiële ademruimte geven, die ze dan weer kunnen gebruiken om de kwaliteit van de zorgverlening te garanderen.

De zorgsector moet durven nadenken over het naar de markt brengen van eigen ontwikkelde ideeën,
over samenwerkingen met een privé-partner, het opzetten van een business model, enz.

Om een voorbeeld te geven: zorginstellingen weten door hun kennis en ervaring zeer goed wat hun cliënten nodig hebben en ze zijn heel creatief in het bedenken van simpele oplossingen, omdat er niet altijd onmiddellijk iets bestaat dat hun vraag beantwoordt. Zo ontstaan er soms prototypes van zaken die ze door hun cliënten laten gebruiken, vaak heel creatief en ambachtelijk tegelijkertijd. Je ziet het in het organiseren van de maaltijden, in het zorgmeubilair, ook in bepaalde softwaretoepassingen die worden gebruikt, bepaald dingen die in textiel worden gemaakt, enz.

Dan stel ik mij de vraag: waarom zouden zorginstellingen niet een stukje financieel beloond mogen worden voor hun creativiteit? Is er geen mogelijkheid om die ideeën en ontwikkelingen in een spin out te gieten of te verankeren in hun eigen organisatie, door een samenwerking op te zetten met een bedrijf, door bijvoorbeeld er een patent op te nemen of via andere manieren van samenwerken met privé-partners? Zo wordt het idee dat door de zorginstelling werd ontwikkeld ook verder verspreid bij andere zorgorganisaties en worden zowel de zorginstelling als het bedrijf door de samenwerking er financieel beter van.

Mijn adagio is dat de zorgsector moet durven nadenken over deze nieuwe concepten, zoals het naar de markt brengen van eigen ontwikkelde ideeën, over samenwerkingen met een privé-partner, het opzetten van een business model, enz. Op die manier worden de zorginstellingen voor een stuk beloond voor de kennis en de nieuwe ideeën die ze zelf hebben ontwikkeld in hun werking om de cliënt een kwalitatieve zorgverlening te garanderen.