3 vragen aan… Hans Hallez

Wie zijn de mensen die dagelijks actief zijn binnen de zorgeconomie? We proberen ze een gezicht te geven door hen hier even aan het woord te laten. Deze keer is dat Hans Hallez, onderzoeker en docent aan de Technologiecampus van de KULeuven in Oostende. 

Wie is Hans Hallez?

Ik ben docent aan de technologiecampus Oostende van de KU Leuven1 waar ik vakken doceer aan de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen en onderzoek verricht binnen het Departement Computerwetenschappen. Als kind was ik al enorm gefascineerd door wetenschap en technologie. Ik heb dan ook gestudeerd om ingenieur te worden met een optie computerwetenschappen aan de Universiteit Gent.

Mijn vrouw is arts en heeft mij de wereld van de gezondheidszorg leren kennen. Hierdoor heb ik een doctoraat in de Biomedische Ingenieurstechnieken gedaan waar ik onderzoek verrichtte naar signaalverwerking van hersensignalen en EKG-signalen. Tijdens dit onderzoek werd al heel snel duidelijk dat communicatie met zorgverstrekkend personeel totaal anders was dan die met collega-ingenieurs. Het is net het aspect van interdisciplinaire communicatie dat heel belangrijk is binnen innovatief onderzoek en ontwikkeling.

HansHallez_small

Wat is uw rol aan de KU Leuven?

Sinds 2013 ben ik werkzaam aan de KU Leuven waar ik projecten opvolg rond ouderenzorg en kinesitherapie. Zo zijn we elektronische systemen aan het ontwikkelen om het voedings- en drinkgedrag van mensen te monitoren zodat verplegers, artsen of diëtisten, maaltijdleveranciers,… een beeld krijgen van hoe de persoon voeding opneemt en ervaart. Met de kinesitherapie van onze campus in Brugge willen we immers inzetten op thuismonitoring van patiënten, zodat de kinesitherapeut een inschatting krijgt van de toestand van de patiënt. Hierdoor hoeft de patiënt de moeizame reis van en naar de kinesitherapeut niet te maken.

De context van maatschappelijke problemen vind ik heel belangrijk binnen de opleiding van toekomstige ingenieurs.

Tijdens het doceren en begeleiden van studenten geef ik veel toepassingen binnen de gezondheidszorg. De context van maatschappelijke problemen vind ik heel belangrijk binnen de opleiding van toekomstige ingenieurs. Het motiveert de studenten en ze zien de wetenschappelijke relevantie van dikwijls complexe materie die ze zien.

Het grootste deel van mijn tijd ben ik echter bezig met het opstarten en opvolgen van projecten. Dat gaat van het opzetten van een consortium en het schrijven van het projectvoorstel tot het opvolgen en managen van de projecten. In die zin heb ik een groot netwerk opgebouwd in Vlaanderen en in Europa. Deze projecten zijn niet van fundamentele aard, maar eerder toegepast op een bepaalde use case. Deze use cases zijn vaak problemen die o.a. worden aangereikt door bedrijven die, om een oplossing te vinden, daarvoor een samenwerking willen aangaan met kennisinstellingen. Soms is het resultaat een innovatieve oplossing waarmee het bedrijf zijn diensten of producten kan verbeteren.

Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen in de zorgeconomie voor de komende jaren?

Het internet of things (“IoT”) is een heel belangrijke evolutie die ook zijn toepassing vindt binnen gezondheidszorg. In het concept van IoT zijn allerlei apparaten via verschillende communicatietechnologieën verbonden om informatie uit te wisselen. Het verzamelen van informatie wordt steeds belangrijker, zolang die accuraat en up-to-date is. Bovendien is het noodzakelijk dat een dergelijke evolutie een positief verhaal blijft en dat de informatie met de nodige beveiliging omgesprongen wordt.

De mogelijkheid om via het Internet of Things gegevens over een patiënt of cliënt te verzamelen biedt vele opportuniteiten om de zorg efficiënt te organiseren.

De mogelijkheid om al deze gegevens te verzamelen biedt vele opportuniteiten om de zorg efficiënt te organiseren. Door de ogenblikkelijke toestand van de patiënt te weten, is het immers mogelijk om efficiënt huisbezoeken te organiseren. Door het voedingsgedrag van een patiënt te weten kan men efficiënter en nauwkeuriger maaltijden op maat leveren aangepast aan de persoonlijke noden van de patiënt.

Veel onderzoeksprojecten spitsen zich toe op het detecteren van activiteiten bij patiënten met behulp van IoT-devices. Dit kan heel breed zijn: een smartphone, een domotica-systeem waarbij de aan/uit-functionaliteit van een lamp in de woonkamer registreert of gespecialiseerde draagbare apparaten of smart wristbands die specifiek de eigenschappen van een patiënt gaat registreren. Al deze informatie draagt bij tot het in kaart brengen van het gedrag van de persoon. Een continue monitoring 7 dagen op 7 is meestal niet nodig, maar een monitoring in de aansleep of opvolging van een aandoening kan inzichten verwerven waardoor de behandeling sneller kan aangepast worden en meer gepersonaliseerd wordt.

Deze technologie biedt ook enkele uitdagingen. De toevloed van geconnecteerde apparaten, zoals smartphones en tablets met de daarbij horende apps, zorgen voor gigantische hoeveelheid data en kennis. Het aspect beveiliging van al deze gegevens en betrouwbaarheid van de gegevensverzameling is een punt waar volop ingezet wordt binnen ons departement Computerwetenschappen. Als deze afkomstig is uit een medisch apparaat, komt deze allemaal terecht op de schouders van het zorgverstrekkend personeel (verpleegkundigen, artsen, dietisten,…).

Bijkomende diensten en apparaten zullen er voor zorgen dat er meer personeel of een bijscholing van personeel nodig is.

Men beweert dat dergelijke systemen het verplegend personeel zou vervangen, maar ik ben niet geneigd dit te volgen. Het eenvoudigweg vervangen van personeel door medische apparaten zou de werklast alleen maar doen toenemen. Volgens mij zullen de bijkomende diensten en apparaten er net voor zorgen dat er meer personeel of een bijscholing van personeel nodig is. Mensen moeten leren omgaan met een app of een apparaat en het zorgend personeel staat nu eenmaal veel dichter bij de persoon of de cliënt dan wij als ingenieur. Een recente studie toonde immers aan dat mensen nog hun grootste vertrouwen stellen in hun arts of het verplegend personeel. Ingenieurs hebben immers het zorgend personeel nodig als link naar de patiënt.

 

1 Binnenkort verhuist de technologiecampus van Oostende naar Brugge.